Algemeen beschaafde sterfdruk?

Genoten zaterdag van de prachtige weergave in Trouw van een lezing van Willem Jan Otten over het zelfgeregisseerde levenseinde. Er lijkt, zegt hij, met al die pleidooien voor tijdige zelfbeschikking van de afgelopen twee decennia zo langzamerhand iets te zijn ontstaan als een Algemeen Beschaafd Levenseinde: ‘weloverwogen en bijtijds, dat is ruim vóór de urine over de enkels en de amputatie van de benen uit.’
Het lijkt allemaal heel humaan, verlicht en reuze beschaafd, maar kleven er – vraagt Otten zich af – niet allerlei angstaanjagende complicaties aan?
Want wat is bijvoorbeeld precies ‘bijtijds’? En hoe gaan we dan denken over wie niet ‘bijtijds’ is doodgegaan? Is zo iemand dan opeens onbeschaafd en onverlicht bezig? Otten refereert aan zijn broer, die ‘zo willoos en anti-autonoom bezig is geweest dat hij nu zijn dood als gevolg van complicaties van zijn diabetes gerolstoeld tegemoetgaat. Hij zal hardop of in zichzelf moeten verdedigen waarom hij nog leeft, nu de zelfbeschikkers niet meer hoeven uit te leggen waarom ze dood willen. Waarom is hij niet net als zij klaar met leven?’

Ottens broer brengt meteen mijn eigen zus in gedachten. Zij voelde zich om haar geestelijke krakkemikkige rolstoelbestaan vaak zo schuldig om wat ze de samenleving met haar medicijnen, opnames en uitkering wel niet ‘kostte’. Een gedachte die haar toch al suïcidale stemming misschien extra voedde.
Is het denkbaar dat mensen zoals mijn zus of Ottens broer – mensen dus waaraan iets hapert, die iets mankeren – zich onder invloed van zo’n almaar breder gedragen ‘beschaafde levenseindenorm’ steeds ongemakkelijk gaan voelen? Dat zij zeg maar van buitenaf bijtijds een steeds steviger sterfdruk gaan ervaren?

Een afschuwelijk en juist helemaal niet zo beschaafd idee lijkt me dat.

Wil je reageren? Dat kan via contact.