Eén deur

De dood en het leven horen voor mij bij elkaar. Samen vormen ze een en dezelfde werkelijkheid. Vanaf het moment dat ik dit leven in stapte, droeg ik de dood al in een rugzakje mee. Er komt immers onvermijdelijk een dag waarop ik er ook weer uit zal verdwijnen.

Heel prachtig verwoord vind ik dit gegeven in een tekst van Elie Wiesel uit 1966:

Afscheid is net zo’n mysterie als een ontmoeting. In beide gevallen gaat een deur open. Bij een ontmoeting gaat de deur open naar de toekomst, bij scheiding gaat zij open naar het verleden. Het blijft dezelfde deur.

Ik voel veel instemming bij dit citaat door hoe ik de geboorte en dood van de ander in mijn leven ervaar. Dat het in beide gevallen om één en dezelfde deur gaat.

Tweede Kerstdag keek ik lang in de heldere ogen van het allereerste kleinkind van goede vrienden. Ik kan op zo’n moment niet anders dan diep verwonderd zijn, vol ontzag voor zo veel mysterie in of achter die twee prachtige jonge peuterogen. Wie ben jij? Waar kom je – los van het gemakkelijke antwoord – vandaan? Door welke deur stapte jij dit aardse bestaan binnen?

Gek genoeg ervaar ik precies datzelfde gevoel van ontzag voor mysterie aan de andere kant, aan het eind van een leven. Toen ik keek naar mijn overleden vader, mijn moeder, mijn zus, een goede vriend was ik net zo verwonderd. Zo intens vertrouwd, zo’n lichaam, en tegelijk zo volkomen vreemd en leeg toen zij eruit verdwenen waren.
Wie of wat, welk mysterie, bewoonde dat lichaam? Waar ging het naartoe? Door welke deur?

Wil je reageren? Dat kan via contact.