Diepgevroren akker

In januari 1996 schreef mijn zus Judith een prachtig gedicht. Ze had een programma gevolgd, het Phoenix-programma van De Voorde, om haar depressies op een andere manier dan met pillen of een opname te bestrijden. Er gloorde weer hoop, na dat programma, hoop, vertrouwen en verlangen te leven.
Zelf vond ik jaren later in mijn verdriet om haar dood troost in dat gedicht. Daarom wil ik haar woorden hier met je delen. Want wie rouwt om de zelfdoding van een geliefde staat misschien eveneens te huiveren voor zo’n diepgevroren akker, voor een reis over kwetsbare, onontgonnen velden, die moed vraagt.

Voor mij ligt de diepgevroren akker.
Hij trilt en schudt mijn moegestreden leden wakker.
Een onmetelijke leegte strekt zich uit en
spiegelt in mijn hart een nieuwe winter, een
nieuw geluid: klanken uit het Onbekende.
Ik huiver en schuil dieper in mijn warme jas.
De reis is nog maar net begonnen,
mijn velden kwetsbaar, onontgonnen.
Dit is het begin van een moed, die mij stil
beven doet.
Het is nu tijd te sterven in en aan mijzelf:
loslaten van oude concepten, starre patronen,
voorbij het bekende, voorbij het gewone.
Ik kan niet meer terug, ben eindelijk wakker,
hier aan de rand van mijn leegte, mijn eigen akker.
Een nieuwe ruimte is geboren, een ruimte die
zacht en stil maakt van binnen en ik besef
dat het tijd is, ademend en geaard, opnieuw te beginnen;
dat het tijd is eindelijk in beweging te komen,
los van illusies en valse dromen.
Voor het eerst ben ik in staat die enige keus te maken
Van Ik ben vrij en Ik ben bereid.
Met lege handen geef ik mij over aan u, o God, en
vraag u nog dit ene ding:
geef mij de tijd alsnog mijn leven te gaan leven.
Hier ben ik. Ik adem en ik zing!

Wil je reageren? Dat kan via contact.