De spin

In haar allesverterende rouw zoekt ze naar iets van houvast. Ze vindt het ‘bij toeval’, in een kort verhaal over een klein, kwetsbaar spinnetje. In het beestje herkent ze haar zoon, en snapt ze iets van de enorme nood die hem moet hebben bevangen, op die onzalige nacht waarin hij zichzelf de dood in liet vallen. Zomaar, van het ene op het andere onomkeerbare moment.

Waarom, waarom, waarom, weergalmt het in haar gebroken moederhart.

Het spinnenverhaal geeft haar geen antwoord, maar wel iets van troost. Langs de weg van een verhaal vindt ze een dunne draad die haar dwars door de dood heen opnieuw met hem verbindt. Ze draagt dit verhaal, haar heilig A4’tje, als een kostbaar bezit met zich mee in haar handtas, overal en nergens naartoe. Al maanden. Waar ze maar kan leest ze het voor, aan een ieder die het horen wil. Voorlezen is haar redding, het brengt haar verlichting. Ze heeft het al talloze keren gedaan en tot haar eigen verbazing hoeft ze er de laatste tijd niet meer zo hartverscheurend bij te huilen. Zo hervindt ze niet alleen haar zoon maar ook zichzelf in het spinnenverhaal. Alsof ze in het almaar herlezen haar eigen stukgevallen bestaan bijeenspint.

Spin. Kleine kwetsbare, bijzondere spin. Symbool van zin voor dat wat voorbij alle zin viel.

Op een van onze Weerklankavonden maakt ze in een hoekje van het tuinhuis een indrukwekkende herinnerplek voor haar zoon. Als ze klaar is komen we bij haar staan. Ze vertelt ons vol liefde over haar enig dierbaar kind. En plotseling is hij daar: een piepklein spinnetje, dat rustig heen en weer wandelt over haar herinnerwerk aan hem.
Een spinnetje.
Haar spinnetje.

Wil je reageren? Dat kan via contact.