De tijd, ach de tijd

27 december 2015

Daar is ie weer: die laatste week van het jaar, vol sfeerzoekende lichtjes en feesten in welke vorm en betekenis ook. We komen bij elkaar, bijvoorbeeld om samen te eten, vaak lekker en meestal te veel. We verrassen elkaar met iets extra’s, knallen met kurken en vuurwerk, en genieten wat meer vrije tijd. Tal van ingrediënten, allemaal bedoeld om er iets aangenaams van te maken, een knusse boel, al pakt dat in de praktijk weleens anders uit.

Voor wie rouwt om een dierbare kan deze week een hele opgave zijn. Juist in al dat knusse samenzijn schreeuwt die ene, pijnlijk lege stoel van gemis. En op de grens van oud naar nieuw oogt de tijd opeens als een vijand.
Zo was dat althans voor mij, in het eerste begin. Ik herinner me het nog goed, die allereerste Oudejaarsavond zonder Judith. Toen de klok de laatste seconden van dat jaar wegtikte voelde ik pas hoe hartgrondig mijn verzet was om erin mee te gaan: mee, een nieuw jaar in. Want hier wilde ik blijven, hier bij waarin nog wat samen zat.

In de ervaring zet rouw het leven even stil. En dus ook de tijd. Maar Oud en Nieuw helpen je meedogenloos uit die droom.
Onverstoorbaar tikt hij door, en neemt al wat leeft erin mee. Hup, een nieuw jaar in, of je wilt of niet.

Met de jaren maakt de tijd de afstand almaar groter: tussen toen en nu, tussen met en zonder. Inmiddels voel ik daar gelukkig allang geen vijandigheid meer in. Hij doet gewoon wat hij moet doen, de tijd: tikken, almaar doortikken.

De tijd, ach de tijd, die kon er toch ook niks aan doen?

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Je verlangen ombuigen

24 november 2015

Verlangen kun je zien als de motor van bestaan: het verlangen drijft je voort, de toekomst in, vanuit doelen en plannen. Die motor draait op een mengsel van tintelende gevoelens, zoals enthousiasme, inspiratie, hoop, vertrouwen, plezier, belangstelling, gedrevenheid en zo meer.
En precies daaraan ontbreekt het ons meestal in tijden van rouw na een groot verlies. Dan zitten we gemakkelijk en soms voor langere tijd zonder brandstof. Het verlies heeft de blik op de toekomst weggevaagd, wat maakt dat de motor stilvalt. Wie iemand mist verlangt meestal liever terug dan vooruit.

Maar uiteindelijk valt er met zo’n stilgevallen motor niet te leven. En godzijdank blijkt de buigzaamheid van verlangen dan groot. Rouwen is daarmee misschien ook: zoeken naar nieuwe brandstof waarmee je je verlangen terugbuigt, en de toekomst weer in beeld brengt.
Wil je reageren? Dat kan via contact.

Van buiten naar binnen

1 november 2015

Morgen is het 2 november, Allerzielen. Van oorsprong was dit de dag waarop gelovige rooms-katholieken hun dierbare overledenen ‘de hemel in’ konden bidden.
Van die hemel heeft menigeen inmiddels afstand genomen, maar daarmee is de behoefte aan een ritueel om onze doden te herdenken natuurlijk niet gestild. En dus zie je op 2 november steeds meer moderne herdenkingsrituelen ontstaan, bijvoorbeeld in de vorm van lichtjestochten op begraafplaatsen. Samen staan we stil bij al die geleefde levens, samen vieren en gedenken we die in het openbaar. We laten ermee zien dat ze – ook zonder hemel – heus niet ‘weg’ zijn, onze doden.
Op de vraag waar ze dan wel zijn, antwoordde Carel ter Linden eens dit: ze hebben zich verplaatst, ze gingen van buiten naar binnen. Buiten kun je ze niet meer ontmoeten, van binnen des te beter: in de herinnering, in je hart, in je levensverhaal. Daar leven ze verder. En op Allerzielen maken we die doorgaande verbinding tastbaar en zichtbaar, door haar weer eventjes buiten, in het licht te zetten.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Anders ziek

27 september 2015

Mijn dierbare vriend Jan is ziek. Hij lijdt aan MSA, een ernstige vorm van parkinson die onherroepelijk tot de dood leidt.
Stap voor stap, maar in een angstaanjagend snel tempo vallen steeds meer basale functies uit: hij kan niet meer lopen, de motoriek van armen en handen begint meer en meer te haperen, en ook het spreken valt hem nu steeds moeilijker.

Jarenlang leefde ik naast een zusje met juist een oersterk, gezond lichaam. Maar zij leed in haar hoofd – of in haar hart of ziel. Aan giftige depressies die even destructief kunnen zijn, waar zij uiteindelijk de daad bij de wens voegde en een dodelijke hoeveelheid pillen slikte; uit verlangen naar de witte stilte van de dood.

Nu leef ik naast mijn vriend Jan. Het maakt me zo verdrietig. Hij verlangt juist helemaal niet naar de dood. Hij zou het liefst nog jaren doorleven, genietend van het leven, dat door deze slopende ziekte veel te vroeg gaat eindigen.

Zo maak ik van heel dichtbij twee door ziekte verstoorde levens mee, die bizar verschillend zijn in mijn ervaring.
Wat zou ik Jan graag iets gunnen van dat oersterke, gezonde lichaam van mijn zusje.
En wat had ik haar, destijds, liefst iets gegund van zijn zo veel lichtere geest.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Vind ik niet leuk

16 september 2015

Tekenend vind ik het voor de tijd waarin we leven, dat Facebook slechts één knop kent: Vind ik leuk.
Met die ene knop schrappen we de helft van het bestaan, want ons leven is niet alleen maar leuk.
Ook of juist in de donkere kant van het bestaan is het goed te weten niet alleen te zijn, maar verbonden met anderen die je tot steun of troost kunnen zijn.
Daarom doe ik een vurig pleidooi voor een extra knop. Omdat ik niet alleen mijn vreugde en successen wens te delen maar ook mijn moeite, pijn of verdriet. Omdat ik graag een heel mens wens te leven.

PS Lees zojuist dat Facebook bezig is met het toevoegen van zo’n tweede knop. Vind ik leuk!

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Preventie en kortsluiting

10 september 2015

Vandaag is het 10 september: World Suicide Prevention Day.
Twee dagen geleden zocht Joost Zwagerman tot ieders verbijstering een uitweg in de dood.
In 1998 verloor hij zelf bijna zijn vader aan zelfdoding. Bijna, want zijn vader overleefde het, dat wil zeggen hij werd net op tijd gevonden.
Daaromheen maakte Joost jarenlang de zwarte depressies mee van zijn goede vriend Rogi Wieg. Depressies, vergezeld van die almaar terugkerende aanvechting om ze te stoppen met de dood. Joost probeerde zijn vriend daar hartstochtelijk van te weerhouden. Uiteindelijk tevergeefs, want in juli van dit jaar stierf zijn oude vriend. Godzijdank langs een zachtere weg dan zelfdoding, die van euthanasie. Maar toch.

Wereldsuicidepreventiedag. Kunnen wij zelfdoding voorkomen?
Ik vrees van niet, hoe goed ik het ook vind dat er dit soort initiatieven zijn. Dat we ons best blijven doen, omdat elke zelfdoding er een te veel lijkt.

Toch weet ik tegelijkertijd dankzij het leven van mijn zus dat we ze nooit allemaal kunnen voorkomen. Dat het goed is daarin ook je machteloosheid te erkennen.
Want wie net als Joost, Rogi of mijn zusje lijdt aan depressies kent momenten van totale en wanhopige ontreddering in eenzaamheid.
Afgesloten van alles en iedereen. Kortsluiting.
Daar zijn we nu per definitie juist niet bij. Daar horen we – geschokt tot op het bot – altijd pas later van.

Joost Zwagerman. Hij vocht en ijverde jarenlang vol vuur om ieder die het wilde horen of lezen ervan te overtuigen: niet doen, jezelf doden, dat is geen antwoord op depressie, je moet haar juist bestrijden, met hulp, met medicijnen. Deze dood is te erg voor wie achterblijft.

Getergd door de hel van zijn eigen depressies riep hij het misschien wel het hardst tegen zichzelf, riep hij het dwars door zijn eigen aanvechting heen. Wie zal het zeggen?
Joost riep en argumenteerde. Maar zo’n moment van kortsluiting heeft daar helaas geen boodschap aan.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Over zin en onzin

26 augustus 2015

Ik kan er heel slecht tegen: tegen mensen die met grote stelligheid over andermans lijden durven te beweren dat daar altijd een zin in zit. Je lijdt nooit zomaar, een ziekte of een ander rampzalig lot heeft een mens altijd iets zinnigs te vertellen: er schuilt een les of een boodschap in, je krijgt wat je verdient of nodig hebt.
Ziekte of ander groot lijden als leerschool dus, als een zinnige vorm van educatie.

Zo geven zij zin aan het zinloze, aan het lot dat je kan treffen. Aan het leven, dat ons bij tijd en wijlen nu eenmaal onbegrijpelijk meedogenloos kan treffen.
Natuurlijk mag iedereen er zo voor zichzelf over denken. Maar voor een ander?
Dan wordt het in mijn ogen aanmatigende on-zin, die er bovendien voor zorgt dat je de ander in zijn lijden in de kou laat staan.

Volgens de joodse filosoof Emmanuel Levinas is de enige zin die in andermans lijden valt te ontdekken mijn bestrijding ervan, mijn antwoord erop. Zien lijden maakt me medemenselijk en verantwoordelijk, het vraagt om een zinnig antwoord op dat wat zinloos is.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Diepgevroren akker

16 augustus 2015

In januari 1996 schreef mijn zus Judith een prachtig gedicht. Ze had een programma gevolgd, het Phoenix-programma van De Voorde, om haar depressies op een andere manier dan met pillen of een opname te bestrijden. Er gloorde weer hoop, na dat programma, hoop, vertrouwen en verlangen te leven.
Zelf vond ik jaren later in mijn verdriet om haar dood troost in dat gedicht. Daarom wil ik haar woorden hier met je delen. Want wie rouwt om de zelfdoding van een geliefde staat misschien eveneens te huiveren voor zo’n diepgevroren akker, voor een reis over kwetsbare, onontgonnen velden, die moed vraagt.

Voor mij ligt de diepgevroren akker.
Hij trilt en schudt mijn moegestreden leden wakker.
Een onmetelijke leegte strekt zich uit en
spiegelt in mijn hart een nieuwe winter, een
nieuw geluid: klanken uit het Onbekende.
Ik huiver en schuil dieper in mijn warme jas.
De reis is nog maar net begonnen,
mijn velden kwetsbaar, onontgonnen.
Dit is het begin van een moed, die mij stil
beven doet.
Het is nu tijd te sterven in en aan mijzelf:
loslaten van oude concepten, starre patronen,
voorbij het bekende, voorbij het gewone.
Ik kan niet meer terug, ben eindelijk wakker,
hier aan de rand van mijn leegte, mijn eigen akker.
Een nieuwe ruimte is geboren, een ruimte die
zacht en stil maakt van binnen en ik besef
dat het tijd is, ademend en geaard, opnieuw te beginnen;
dat het tijd is eindelijk in beweging te komen,
los van illusies en valse dromen.
Voor het eerst ben ik in staat die enige keus te maken
Van Ik ben vrij en Ik ben bereid.
Met lege handen geef ik mij over aan u, o God, en
vraag u nog dit ene ding:
geef mij de tijd alsnog mijn leven te gaan leven.
Hier ben ik. Ik adem en ik zing!

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Web met een gat

17 juli 2015

Wie een dierbare verliest gaat zelf ook een beetje dood. Voor een stukje dan, en maar tijdelijk.
Dierbaren maken deel uit van wie je was en werd en bent: relatie. Levende relatie.
Ik zie mezelf dan ook wel als een spinnetje in het web van al die relaties die ik met belangrijke anderen heb geweven en onderhoud: mijn familie, partner, goede vrienden, ja, ook hond Bram hoort erbij. Het zijn sterke, dunne, kwetsbare draden. Spinsels, met zorg en liefde geproduceerd. Ik bén dat web, die kostbare relaties, want het komt voort uit mijzelf. Uit mijn klieren waarmee ik als spin mijn web produceerde dat ik bewoon en bewandel. 
Maar als er dan opeens één cruciaal draadje knapt, één draadje afsterft, dan hang ik zelf ook hopeloos verloren in mijn web. Aan een zijden draadje, bijna dood. Ik kan me maar net vasthouden. En het kost me moeite en inspanning om het veilige midden terug te bereiken. Om de boel van daaruit zo goed en kwaad als dat kan te repareren, opdat mijn web weer bewoonbaar wordt, bewandelbaar.
Het geslagen gat blijft altijd zichtbaar. Dat geeft niet, het hoort bij mijn web.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

Doorbestaan

17 juli 2015

Ik blijf het een raar woord vinden, nabestaande. Na Judiths dood in 2009 werd ik ‘nabestaande’. Maar het brengt me geen troost, dat woord (ook al gebruik ik het zelf soms als vertel over wat ik doe). Integendeel: het is een woord dat in mijn beleving een donkere schaduw legt over mijn leven nu. Het breekt het voorgoed in tweeën.
Natuurlijk draag ik de schaduw van verlies met me mee. Zoals ik ook andere schaduwen van verlies met me meedraag. Bijvoorbeeld die van ongewenste kinderloosheid. Ook dat was een enorm ‘verlies’. Toch noemde ik mezelf daarna niet anders. Ik werd er geen ‘zonderbestaande’ door of zoiets.
De dood van mijn zus vormt een nooit te vergeten gebeurtenis in mijn leven. Voor haar dood bestond ik, na haar dood besta ik gelukkig nog steeds. Haar dood veranderde mij en mijn leven, zeker, maar niet zozeer dat ik of mijn bestaan voorgoed gebroken is. Het is een voortgaande stroom, inclusief de verliezen die ik leed en opneem. Ook haar dood.
Ik besta door in plaats van na. En zij blijft voorgoed mijn zusje, ook al is ze er niet meer.

Wil je reageren? Dat kan via contact.