Hoe gaat het nu met jullie?

18 november 2021

Het is een van de afschuwelijkste ervaringen die je kunt meemaken: dat een geliefd persoon uit het leven stapt. Niet alleen uit ‘het’ leven, of het eigen leven, maar ook uit het jouwe, uit het gedeelde leven. Wie het heeft meegemaakt weet hoe het voelt…

De ramp van een zelfdoding treft niet alleen degene die de dood erin vond, maar alle mensen daaromheen. Niemand leeft als een eiland, je leeft altijd ‘in relatie’. Niet als een ik, als een autonoom bolletje op deze wereld, maar in verbinding met tal van andere bolletjes. Als kind, ouder, grootouder, zus of broer, tante of oom, vriend of vriendin, buurman of buurvrouw, collega, leraar, klasgenoot- of studiegenoot, sportgenoot, en ga zo maar door. Zónder gaat niet. En op het moment van de dood van de één sterft het levende contact met al die relaties mee.

Op zoek naar een nieuwe relatievorm

Op 16 maart 2009 verloor ik mijn zus Judith aan zelfdoding. Zij was 55, ik 50. Met haar dood kwam ook een einde aan onze levende zussenrelatie van een halve eeuw. Die blijft voor altijd steken in dat jaar, zij blijft eeuwig 55, ik ben haar in jaren allang voorbijgeleefd. Tegelijkertijd bleef en blijft ze natuurlijk altijd mijn zus, en zijn we dus ook nu nog ‘in relatie’. Anders, maar toch. Voor mij is dat misschien wel de essentie van het rouwen: dat je een nieuwe relationele vorm zoekt en vindt met je overleden dierbare. Een transformatieproces, waarin je langzaam toegroeit naar een nieuwe relatie, een nieuw evenwicht.

Ooit stelde iemand mij deze prachtige vraag: ‘Mag ik vragen hoe het nú met jullie gaat? Kán dat wel?’ Ze vond het een lastige, want met dat ‘jullie’ verwees ze naar mij en Judith, die op dat moment al acht jaar dood was. Maar ik vond het juist een geweldige vraag. Wát een vondst, dacht ik meteen. En wat zou het goed en mooi zijn als we die vaker zouden stellen aan wie iemand verloren heeft aan de dood. Ook (of juist!) na jaren, vanwege de onverwoestbaarheid van onze relaties.

Doorgaande verbinding

In mij kan Judith immers onmogelijk doodgaan? Daar leeft ze op en andere manier verder, is ze misschien zelfs meer aanwezig dan voorheen. Onze dode dierbaren verplaatsen zich, ze gaan van buiten naar binnen. Omdat we ze hebben liefgehad, omdat ze van betekenis zijn en blijven, omdat we er door de dood heen mee in relatie staan. Net zoals relaties in het levende contact zijn ook deze relaties aan verandering onderhevig. En je kunt dus juist heel goed vragen naar hoe het daar nu mee gaat!

Vlak na Judiths dood stond onze relatie volkomen in het teken van haar dood en mijn verdriet en rouw. Haar ingewikkelde, eenzame levenseinde overschaduwde alles. Gaandeweg kwam daar verandering in, lichtten er andere herinneringen op. Zeker, ik blijf haar missen, maar kan nu ook met vreugde en dankbaarheid terugdenken aan wie ze is geweest en wat ze voor me heeft betekend.

Tere binnentaal

Bovendien ontwikkelde zich als vanzelf een ander soort communicatie die de relatie gaande houdt. Een tere binnentaal, eentje die gebruikmaakt van herinnering en verbeeldingskracht. Als ik het bijvoorbeeld ergens moeilijk mee heb, weet ik – omdat we elkaar zo goed gekend hebben – wat zij tegen me zou zeggen. Dan hoor ik haar troostende woorden weerklinken in mij. Of als ik naar prachtige muziek luister, en bedenk hoe geweldig ze die gevonden zou hebben omdat ik haar smaak zo goed ken, dan genieten we daar ineens even samen van. Als ik lol heb om iets waarover we vroeger samen in een deuk gelegen zouden hebben, voel en hoor ik haar haast meeschateren.

Zo leeft de relatie, dat doorgaande zussenverhaal, verder in mij. De dood kan heel veel wegnemen, maar dat gelukkig nooit. De een gaat door in de ander. En precies dat maakt de vraag hoe het gaat zo ontroerend en belangrijk: hij erkent de relatie, dwars door de dood heen.

Loslaten

17 oktober 2021

Ze doen het weer, de bomen. Ze laten los. In de wetenschap dat hun gebladerte daarmee niet voorgoed ‘weg’ is.

Loslaten. Voor veel rouwenden is het een beladen woord. Je moet het loslaten, krijgen ze soms te horen. Hoezo moet dat? En hoe dan? En wát dan? Mijn liefste? Nooit!

Bomen moeten natuurlijk ook niets. Het loslaten gebeurt aan hen. Zoals het uiteindelijk ook aan rouwenden gebeurt. Op een dag keert het leven terug, op een andere manier, in een even natuurlijk proces. In de wetenschap onmogelijk voorgoed ‘weg’ kan zijn. Die is daarin opgenomen.     

Heb je een dierbare verloren aan zelfdoding en behoefte aan ondersteuning in dat natuurlijke proces?

In het najaar start er een nieuwe groep Weerklank. Kijk voor meer informatie op de Nieuwspagina.

Ruimer worden

3 juli 2021

Onlangs tipte iemand me dit geweldige, al wat oudere plaatje voor rouw (Tonkin’s Grief model 1996).

We praten doorgaans over verdriet om een groot verlies alsof het iets is wat op den duur wel zal slijten, alsof het iets wat met de jaren vanzelf ‘kleiner’ wordt. De tijd heelt alle wonden, zeggen we dan bijvoorbeeld. Bedoeld als troost en hoop, maar het kan soms averechts werken. Want wie rouwt om een dierbare wil helemaal niet dat ‘het’ kleiner wordt. Dat voelt bijna als een soort ontrouw naar die geliefde verloren ander.

Wie rouwt wil eigenlijk alleen maar gehoord en gezien worden in het verdriet. Zo vaak en zo lang als nodig, omdat vooral dat ruimte schenkt.

En precies dat laat dit beeld met de flesjes zo goed zien. Daarin schenkt het hoop en vertrouwen. Het is hoe ik het zelf ervaar, en het is ook wat ik telkens weer bij andere rouwenden waarneem. Hoe niet zozeer de wond, het gemis of het verdriet om het verlies kleiner wordt, maar hoe de rouwende er in een eigen tempo, op een eigen manier omheen groeit. Ruimer wordt, waardoor het verlies met de tijd wat beter te hanteren wordt.

Brahmana

26 maart 2021

Ik noem hem voor de grap weleens Brahmana in plaats van Bram, omdat hij me in heel zijn hond-zijn zoveel wijsheid voorleeft. Altijd in het hier en nu, nergens voor lang aan hechtend (of het moet een verse kluif zijn), actief waar nodig, maar in volledige ontspanning waar mogelijk.

Rouwchaos

26 juni 2020

Geen mens rouwt op dezelfde manier. Wie hard getroffen werd door de zelfdoding van een geliefde vindt vaak weinig herkenning in boeken waarin de stadia van rouw helder staan beschreven. Veel te keurig, veel te stapsgewijs. De ervaring, de rauwe praktijk van het leren leven met je verlies, ziet er doorgaans een stuk heftiger en chaotischer uit.

Vaak zegt een plaatje meer dan woorden. Het is waarom onderstaand diagram (Yvonne Heath) me jaren terug zo trof:

Chaos. Maar net als in het linker plaatje kom je ook in het rechter uiteindelijk door dat dal heen weer bovendrijven. Vind je een manier om mét de breuk van je verlies verder te leven.

Midden in je rouw vraag je jezelf misschien af: maar hóe dan? Naar mijn ervaring en beleving lukt dat het best als je die chaos probeert te accepteren en te volgen, precies zoals die zich aandient. Vanuit compassie met jezelf, en dus zonder er iets van te vinden. In zoiets natuurlijks als rouw bestaat geen goed of fout. Rouw is wat het is, en komt zoals het komt. Rouw is voortdurend in beweging, en op zoek naar een doorgang. Als water. Als liefde. 

Knipbeurt

23 februari 2020

Ik heb Hortensia een knipbeurt gegeven. Beetje vroeg misschien, maar het was hard nodig. Wat wil je, alles is vroeger dit jaar.

Haar droge, bruin verkleurde bollen stonden weliswaar nog fier overeind. Ze hielden zich groot, maar schijn bedriegt. De broze, verschrompelde uiteinden van de takken spraken andere taal, die gingen duidelijk gebukt onder hun gewicht. Terwijl vlak daaronder kakelvers groen leven te trappelen staat. Hortensia, ze heeft er duidelijk zin in!

En dus heb ik de schaar er maar in gezet. Een voor een dood leven voor nieuw leven weggeknipt. Behoedzaam, als de gespeten haarpunten uit een gezonde bos haar.

Ik heb ze nog één keer vriendelijk bedankt voor de bewezen diensten in het afgelopen jaar. Daarna heb ik de boel bijeen geveegd, en opgeruimd.

Resultaat: twee emmers voltooid leven.

Liefde als sleutel

11 december 2017

Onlangs kwam ik in het boek Mijn heldere afgrond van Christian Wiman het volgende fragment tegen over rouw. In heel zijn confronterende waarachtigheid tegelijkertijd zo zacht en troostrijk, waar de liefde ons enige antwoord op verlies is:

‘Op de een of andere manier, zelfs diep in het binnenste van extreme rouw, is de ergste pijn het weten dat je pijn zal overgaan, alle scherpe bijzonderheden die iemand aanwezig hebben kunnen stellen, zullen opgaan in zuivere herinnering, en vervolgens zelfs dat niet. Daarom vechten veel mensen ervoor om hun wond vers te houden, want in de wond is tenminste het verlies, en in het verlies is tenminste het leven dat je deelde. Of zo lijkt het.
In werkelijkheid werd het leven dat je deelde, omdat het gedeeld werd, getekend door geluk, door licht. Gewiegd door eenzaamheid, wordt het leven zuiver verdriet, zuiver schaduw, en dat is niet simpelweg een probleem voor het heden en de toekomst, maar ook voor het verleden. Excessief verdriet, van de soort die iemand verlamt, en die uiteindelijk iemands hele persoonlijkheid wordt – doet uiteindelijk geen recht aan de liefde die er de oorsprong van is. (Is, niet was: onze doden zijn aanwezig.) Je hoeft niet te geloven in een letterlijke hemel om te voelen hoe de doden intrek in ons nemen – voorgoed, als we hen toelaten, wat wil zeggen, paradoxalerwijze, als we ze laten gaan. […] Wat ik weet of voel, is dat binnen de liefde die eens de wereld voor je geopend heeft – vanaf de geboorte van een kind, tot het vinden van je partner – een sleutel is waarmee je weer terug de wereld in kunt, wanneer de liefde is heengegaan.’

(Uit: Mijn heldere afgrond van Christian Wiman, p. 172-173)

Helpende hand

7 juli 2017

Ze spreekt haar dode dochter, zo lijkt het soms, misschien zelfs vaker dan bij leven. In een eigen taal vol raadselachtige tekens, symbolen, kleuren en getallen vinden ze elkaar daarin. Het is een taal die geen boodschap heeft aan de dood, ze houdt zowel haar dochter als zichzelf ermee in leven, in een soort tussenbestaan.

Sinds de zelfdoding van haar kind is haar eigen leven uit een andere stof geweven: zwaarder en donkerder dan voorheen, en van een stevige draad omdat een fijnere het zou begeven.

De laatste paar jaar vullen schelle, vrolijke kleinkinderstemmetjes wekelijks haar huis. Hoe blij en dankbaar ze ook is om dit nieuwe geluk in haar leven, het lukt haar niet er vrijuit van te genieten. Haar vreugde echoot haar verdriet. Te hard leerde ze misschien de kwetsbaarheid van geluk kennen. Te goed herinnert ze zich hoe je ruw uit handen kan worden geslagen wat je zo innig lief hebt gehad. Het is of ze het licht in haar leven niet goed meer kan verduren. Of misschien vindt ze dat ongepast, trouw als ze is aan haar rouw en haar dochter.

Op een avond brengt ze een oude vakantiefoto mee. Het is een ontroerend beeld van haarzelf en haar drie kinderen, uit betere tijden. In een mooi landschap zie ik haar staan: tot aan de knieën in het water, licht voorovergebogen, een beetje wankel en onzeker. Naast haar, iets hoger op de kant, staat haar overleden dochter. Stevig op haar benen. Niets aan haar verraadt de psychische nood die haar te wachten staat. Ze ziet er jong en stralend uit. Liefdevol reikt ze haar moeder een helpende hand vanaf de oever.

Het beeld raakt me. Het is of ik de dochter in het uitreiken zachtjes iets hoor fluisteren. Hier en nu, in de ruimte waarin we ons samen bevinden. Alsof ze zegt: ‘Toe nou, lieve mama, kom nu maar. Je hebt daar lang genoeg gestaan. Hier, pak mijn hand, dan help ik je de kant op, terug het leven in.’

Wil je reageren? Dat kan via contact.

 

Coco Chanel

11 mei 2017

In haar tengere lichaam huist een enorme levenskracht. Een moedige, niet stuk te krijgen liefde voor het leven, hoeveel lelijke klappen datzelfde leven haar ook geeft. Vastberaden richt zij zich telkens weer op, en volgt ze de oersterke draad van haar hoop.

Ze is sinds kort, bijna veertig jaar oud, officieel wees: dochter nu van een vader én een moeder die zelf uit het leven zijn gestapt omdat ze geen uitweg meer zagen. Vader ruim twintig jaar geleden, moeder nog maar kortgeleden.
Of was zij – op een andere manier – al veel langer wees? Met haar vader verloor ze destijds immers ook haar moeder? Blijven was geen optie, de kinderen werden uit huis geplaatst.

Dapper zocht ze ook toen al eens haar eigen andere koers door het leven. Ze vond een passende opleiding, een leuke baan, een lieve kat, en ze vond de man van haar leven met wie ze twee kinderen kreeg. Moeder hield ze al die tijd op gepaste afstand. Uit zelfbescherming.

Tot een tijdje terug, toen ze een telefoontje kreeg dat haar moeder was opgenomen na een ernstige zelfmoordpoging. Vanuit een nooit helemaal uitgedoofde hoop op een betere relatie zocht ze haar daar veelvuldig op. Zou dit dan moeders ingewikkelde tij kunnen keren? Zou ze nu eindelijk gaan inzien dat ze hulp nodig had?
Maar nee, het ging allemaal anders. Niet veel later zag moeder alsnog kans zich van het leven te beroven.

Voor de tweede keer schokt een zelfdoding van zeer nabij haar tot diep in haar tengere botten. Moeders dood wekt de oude pijn om vader tot leven. Hun nu ‘dubbele zelfmoord’ werpt in haar heden de zwarte schaduw van een levensgroot vraagteken boven haar eigen bestaan. Ze had het zo goed op orde, maar ís dat wel zo? Vragen als ‘wie ben ik zelf dan, als kind van deze ouders?’ en ‘Wat geef ik er mogelijk van door’ steken hun angstaanjagende kop op. Twijfel slaat toe en maakt haar woedend, bang en onzeker. Zo nu en dan zakt ze door haar zo zorgvuldig opgebouwde bodem. Gaat ze kopje onder.

Maar steeds komt ze boven. Snakkend naar adem soms, maar ze komt. Dankzij die sterke draad van haar hoop. Daar hijst ze zich aan op, omhoog, terug haar lieve leven in.

Coco Chanel. Daar doet ze me aan denken. Niet alleen omdat dit de ontwerpster is van het parfum dat haar met moeder verbindt: ze houden van hetzelfde geurtje.
Nee, meer als een geuzennaam.
Coco Chanel.
Nog zo’n dappere wees die zich – ondanks de slechte start – strijdvaardig een weg door het leven wist te banen.

Wil je reageren? Dat kan via contact.

 

Mater Dolorosa

12 april 2017

Het is bijna Pasen, de tijd van dat oeroude verhaal over lijden en opstaan, dood en leven, verdriet en hoop.
De afgelopen maanden leerde ik een moeder kennen die haar zoon verloor door zelfdoding. In haar intense verdriet om zijn dood doet ze me denken aan de moeder uit dit oude verhaal: aan de Mater Dolorosa, de Bedroefde Moeder, die weent om haar zoon aan de voet van het kruis. Eerder, zo gaat het verhaal, verbeet zij haar tranen nog, om haar zoon op zijn zware kruisweg niet met haar verdriet te belasten.

Zowel in het verbijten als in het de ander niet willen belasten doet deze moeder me aan de Mater Dolorosa denken. Ze werkt zo hard tegen de stroom in. Ze sjouwt symbolisch met zandzakken op haar rug, bang voor het moment waarop haar dijken zullen breken. Ze heeft allerlei bypasses aangebracht rond haar diepbedroefde hart. Omleidingen, uit lijfsbehoud, die haar tijdelijk in staat stellen om de pijn van het verlies heen te leven. Zo is er bijvoorbeeld de omleiding van haar werk. Of die van een reis naar ver en lang van hier. Of die van lichtpuntjes op haar weg. Of van zorg en aandacht voor anderen. Al dat werk leidt haar weg uit haar verwonde binnenste. Dat is goed, en dat is nodig. Tegelijkertijd put het haar zichtbaar uit.

Zij zelf kwam met het beeld van een brandslang met een knik erin. Die knik blokkeert de krachtige stroom van het water, er komt niks meer doorheen. Ze durft daar niets aan te doen, doodsbenauwd als ze is voor de druk daarachter, voor de verwoestende kracht van de stroom van het water die haar en hele bestaan omver zal spoelen.

Toch vindt ze gaandeweg de moed om de slang zo nu en dan behoedzaam op te pakken. Daarmee geeft ze de knik net dat beetje speling waardoor er een kleine opening ontstaat waarlangs haar tranen weg kunnen stromen. Voorzichtig geeft ze ze meer en meer ruimte, totdat de knik in de slang uiteindelijk verdwijnt. En zie: ze is er nog, het water spoelt haar niet omver.

Verdriet is – daarom vind ik dit beeld zo mooi – als water: geen mens houdt het tegen, het zoekt en vindt altijd wel een weg.
En het is geduldig, het laat zich niet blijvend verbijten. Het wacht net zo lang tot het komen mag, want het weet van zichzelf dat het geen kwade bedoelingen heeft.
Integendeel: verdriet om verlies kan de pijn juist verlichten. Onze tranen voorkomen dat we erin verharden of verbitteren. Ze houden ons vloeibaar.
Zacht en kwetsbaar, als een Mater Dolorosa.

Wil je reageren? Dat kan via contact.