Jobs bevrijding

Ik ben een groot liefhebber van oeroude teksten uit verschillende tradities. Onder de letterlijke verhaallijn vind je daar vaak zulke praktisch bruikbare levenswijsheden in, over thema’s die mensen altijd en overal zullen blijven bezighouden. Iemand verliezen aan de dood doet vandaag vast even veel pijn als tweeduizend jaar geleden. Ook toen zocht men naar een antwoord op de vraag hoe daarmee om te gaan. Boeiend dus om eens te zien wat bijvoorbeeld het bekendste bijbelverhaal over rouw – het boek Job – daarover te zeggen heeft. Welke praktische raad klinkt daarin mogelijk door, ook los van de geloofstraditie?

Het verhaal draait om Job – een man die zelf een en al goedheid en rechtvaardigheid is. Hij wordt keihard getroffen door het kwaad: al zijn kinderen komen om in een zware storm. Waarom in godsnaam? Waartoe? Waaraan verdiende juist hij een dergelijk lot?

Zijn vrienden komen Job troosten, maar hij is ontroostbaar. Bitter van verdriet vervloekt hij zijn hele leven: ‘De dag verga waarop ik geboren werd (…) die dag zij duisternis.’ Door het verlies van zijn kinderen heeft hij geen enkele belangstelling meer voor de wereld en zijn eigen bestaan. Het hoeft niet meer voor hem. Daarin toont dit verhaal de herkenbare toestand van eenzame afzondering en vervreemding die je kunt ervaren vlak na een ingrijpend verlies. Er gaapt dan een enorme kloof tussen de binnenwereld van de rouwende en de wereld daaromheen. De wereld zou mee stil moeten staan, maar ze draait meedogenloos door, alsof er niks gebeurd is. Job voelt daarbij alleen nog maar afkeer. Hoe vindt hij een weg terug?

Een paar jaar terug attendeerde een docent me op een prachtig artikel van Mosche Halbertal. Volgens hem gaat het in het verhaal van Job niet zozeer om de vraag of hij na al dit kwaad nog wel kan geloven in God (lees: het leven), maar veeleer om de vraag of hij God (lees: het leven) nog wel kan vertrouwen. Hoe hervind je je vertrouwen waar het leven waarin je je veilig waande, je zo in de steek liet? Job roept God ter verantwoording. Hij vraagt hem waarom, waartoe het kwaad hem zo hard trof. Hij krijgt een stevig antwoord: ‘Niet alles wat in de onmetelijke kosmos plaatsvindt, gebeurt ofwel ten gunste ofwel ten kwade van jou; ik heb heel andere zaken om me mee bezig te houden.’
Keihard, lijkt het, maar dat is maar schijn. Gods antwoord wil Job juist bevrijden uit het narcisme van zijn rouw. Want dat is wat rouw en verdriet met een mens kunnen doen: dat je erin gevangen raakt, gericht als je bent op jezelf en je lot. Daarin raak je afgezonderd, afgesneden van de werkelijkheid. Je vermogen om uit te reiken naar buiten, naar de ander, is geblokkeerd. Gods antwoord is bedoeld om Job als het ware wakker te schudden uit zijn rouwverdoving. Verlossing komt als Job weer in staat is om andermans leed te zien (‘en de here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had’). Op dat moment maakt Job opnieuw verbinding met het leven, dat niet alleen hem maar ook de ander betreft.

Wil je reageren? Dat kan via contact.